Du Quartierbibliotheek van de negentiende eeuw

Adriaan van der Willigen · Reize door Frankrijk · 1805

Derde brief

Een waardin ontvangt reizigers aan een ontbijttafel met wijn. Buiten de herberg staan twee tweewielige rijtuigen, elk met één paard.
Illustratie: Twee carioles brengen het gezelschap naar een gastvrij ontbijt in Nuits

Lyon, 28 Julij.

Wij vertrokken, den 22. dezer, ’s morgens om vijf uren van Dyon, met twee rijtuigen, op twee wielen; ieder met een paard bespannen, zoo als de koetskarren in Bataafsch Braband; men noemt die hier Carioles; in elk zouden drie personen, en de voerman, bekrompen kunnen zitten; doch dan moet men ook geen bagage hebben. Wij betaalden voor deze twee rijtuigen £50–:–: alle onkosten voor rekening van den voerman tot Chalons sur Saone. Dyon en Chalons zijn langs den gewonen weg, 8¾ posten van elkanderen. Na omtrent anderhalf uur gereden te hebben, kwamen wij aan dat vermaarde Clos de Vougeot waaraan een lekkerbek nooit zonder watertanden denken kan. De wijn die hier groeit, en die onder den naam van Clos de Vougeot bekend is, wordt voor de fijnste gehouden, die in Bourgondie wast. Zijn naam wordt ontleend van clos, een besloten plaats, (want de wijngaard is met een muur omringd), en Vougeot, de naam van het dorpje, daar dezelve onder gelegen is. In deze besloten plaats staat ook een fraai gebouw, dat men le pressoir noemt. De druiven worden hierin getreden, geperst enz. Deze wijngaard, benevens het dorpje en meêr andere plaatsen hier omstreeks, behoorde voor de omwenteling aan de beruchte Bernardijner Abdij van Citeaux; de rijkdom en bezittingen in landgoederen van deze zich noemende godvruchtige kluizenaars (pieux solitaires), was grooter dan die van sommige aanzienlijke Vorstendommen. Zij teelden doorgaans meêr wijn in één herfst, dan ’er in menige stad in Frankrijk in een gansch jaar gebruikt wordt. Behalve den wijn, leverde deze Abdij nog andere aanzienelijke voortbrengsels op, als Kardinalen, Pausen,1 Heiligen en wat al niet meêr.... De Abt van Citeaux had het gewone regtsgebied over de vier eerste Abdijen van zijne Orde; hij was de opperste (Superieur General) van al de Abdijen en Kloosters, tot die orde behoorende; als mede van eenige Militaire Orden in Spanje en Portugal. In de Vergadering der Staten van Bourgondiën, volgde hij in rang op de Bisschoppen; hij was ook eerste Raadsheer in het Parlement van Bourgondiën; kortöm, hij was al een heele groote sinjeur. Deze geestelijke Vader liet zich dan op zijne grootheid al vrij wat voorstaan, en hield geen geringen stoet. Men oordeele over de verkwisting van de Monniken van Citeaux, en de zorg, om hunne kelders wel te voorzien; (want dit was het voornaamste, met geleerdheid braken zij hun hoofd zeer weinig); hun voornemen was, om van het pershuis in de Clos de Vougeot af, tot in hunne kelders toe, looden buizen onder den grond doorloopende te leggen, om door deze kanalen den wijn in die ruime gewelven te doen stroomen; en dit pershuis is bijna twee uren van de Abdij af gelegen. Thans is dat voorheen zoo aanzienelijk gebouw, gedeeltelijk gesloopt, het lag midden in een schoon bosch, dat wij van verre zagen. Dat Clos de Vougeot, dat 360 arpens2 groot is, behoort thans aan de Bankiers Tourton en Ravel te Parijs. Die wijn word zelfs hier op de plaats voor £6–:–: de fles verkogt. Eer wij van deze Abdij afstappen, nog een woordje over deszelfs patroon, de Heilige Bernardus; hij werd te Fontaine-lez-Dyon, een half uurtje van Dyon, in het laatst van de elfde eeuw geboren, was slim, ondernemend en welsprekend; en had daar door zelfs ook aan het hof, veel invloed; hij was een voorname aanstoker van de kruisvaarten, en de stichter van 1800 mans- en 1400 vrouwen-kloosters. Zeker Fransch schrijver zegt van hem: ”Dix hommes comme St. Bernard, auroient depeuplé le monde.”3

Omstreeks half acht kwamen wij te Nuys of Nuits, en stapten daar af, om te ontbijten; het was zoo koud, dat men vuur voor ons aanmaakte. De wijn, die hier tegen den berg groeit, aan wiens voet het stadje ligt, is ook zeer beroemd, en heeft zijne eerste vermaardheid te danken aan eene ziekte, van Lodewijk den XIV. in 1680. De Geneesheeren moesten den geschiktsten wijn kiezen, om de krachten van den zieken te herstellen, en vonden daartoe den ouden wijn van Nuits het beste. Sedert dien tijd, is die wijn, die te voren in het land zelve werd gebruikt, sterk gezocht, overäl na toe verzonden geworden; en daar door, natuurlijker wijze, aanmerkelijk in prijs gestegen. Het bovenste gedeelte van den berg, waar tegen hij groeit, is anders schraal en onvruchtbaar.

Hoewel het nog vroeg was, konden wij niet nalaten, om van dezen lekkeren wijn te proeven, te meêr, daar men ons verzekerd had, dat wij ze in de Herberg, waar wij afgetreden waren, echt konden krijgen; ’er moest dan een fles van zijn bij ons ontbijt, dat bestond in koud vleesch en brood; wij vonden ze zeer goed; maar moesten ’er ook £3–:–: voor betalen. Het spijt mij, dat ik den naam van de Herberg vergeten heb; want zoo gij, of iemand van onze kennissen, in dit land mogt komen, zou ik ulieden raden, om ’er aanteleggen; niet alleen om goeden wijn te drinken, maar omdat de vrouw, eene bejaarde matrone, zeer vriendelijk en geschikt is. Het is een groot huis, bij het inkomen van het plaatsje, en men kan aan den boêl zien, dat het lieden zijn, die ’er wel inzitten. Wij wandelden het stadje door, doch zagen ’er niets bijzonders. Men had ons verteld, dat de vrouwen hier zeer weinig boezem hebben, en voor zoo ver ik ’er in ’t voorbijgaan over oordeelen kon, is deze aanmerking niet geheel ongegrond. Hier van daan ook het versje, dat ik uit den mond van een Bourgondiër heb opgeschreven:

Nuits, ville sans renom,
Rivière sans poisson,
Montagnes sans buissons,
Justice sans raison,
Filles sans tetons,
Mais le vin est bon.

Het riviertje Musain stroomt voorbij de stad; dit riviertje neemt zijn’ oorsprong niet ver van hier aan den voet van den berg van Vergi; voorheen stond ’er op dezen berg een Kasteel van dien naam. Het bekende en verschrikkelijke Treurspel, Gabrielle de Vergi4, dat in het Hollandsch is overgezet, is van daar afkomstig.

Het was goed weder, wij wandelden vooruit, en lieten de rijtuigen volgen. Aan de regterhand heeft men altijd de ketens van heuvelen, die men la Coté d’Or noemt, op een’ zekeren afstand van den weg. Langs die heuvels ligt eene menigte dorpen, zoo digt, dat zij hier en daar aan elkanderen raken. Alles, wat men onder tegen die heuvelen en in de vlakte ziet, zijn wijngaarden; en hier en daar wat Maïs, ook bij ons Turksche Tarw genaamd; aan de linkerhand was het redelijk goed korenland. Het Departement de la Côte d’Or, hoewel vruchtbaar in wijn, levert anders niet veel koren op, en de grond is ’er op vele plaatsen in ’t geheel niet toe geschikt, en zelfs hier en daar zeer onvruchtbaar. Aan den anderen kant van Dyon, van Parijs komende, vond ik, dat het graan, zoo tarw, als haver en garst, zeer kort en mager stond. De schrale grond, en geringe bemesting is hier zeker veelal de oorzaak van; doch de boeren verergeren het nog, door misschien een derde zaadkoren te veel op de akkers te werpen. Ik sprak hier met een inwoner van dit land over, en hij moest bekennen dat ik gelijk had. De gronden zijn veeläl krijtachtig, naar het mij toescheen; sommigen zijn geheel rood door de roode aarde waarmede zij doormengd zijn, en anderen zijn keiachtig en vol kleine steentjes; deze is zeer geschikt voor den wijn. Boekweit, die hier denkelijk wel zou groeijen, heb ik ’er niet gezien; ik geloof ook dat ’er de rogge, althans op de meeste gronden, die ik zag, beter zou groeijen, dan de tarwe; hier en daar scheen men dat ook te begrijpen, doch het beteekende niet veel. De Franschen houden van geen roggenbrood. Wat de konstweiden aangaat, deze bestaan meestal in Lucerne klaver; Bourgondiën levert ook veel schapen op.

De weg was vooral door den aanhoudenden regen, zeer slecht. Hij is niet bestraat, maar met kleine keitjes opgeworpen, en het draven in onze karretjes, hoewel de bankjes nog al op riemen hingen, was ongemakkelijk; wij gingen dan veel te voet, en zagen daar door de landstreek des te beter.

Het was omtrent elf uren, toen wij te Beaune kwamen; hier gingen wij onzen Wijnkooper, met wien wij op den Postwagen van Parijs naar Dyon kennis gemaakt hadden, opzoeken; doch hij was uit de stad. Daar onze voerlieden verzocht hadden, om hier hunne paarden een paar uren te laten rusten, hadden wij den tijd, om het stadje te bezigtigen: het ziet ’er nog al levendig en welvarende uit, doch wij vonden ’er niets bijzonders. De inwoners worden voor zeer dom en onverstandig gehouden, waarom men hun den naam gegeven heeft van les anes de Beaune5. Zoo het waar is dat zij dezen naam verdienen, is het niet te verwonderen; want ’er waren voor de omwenteling in deze, stad, die men op omtrent zes duizend inwoners begrootte, agt à negen zoo Mans- als Vrouwen-Kloosters, waar onder een Abdij van Bernardiner Nonnen, en een half uurtje van de stad lag nog een Carthuizer Klooster. Bourgondiën, en vooral dit gedeelte, was voorheen een regt Monnikenland; geen wonder, ’er groeit goede wijn, en die snaken zijn doorgaans liefhebbers van een druifje te pikken. Ook is ’er in Beaune een Gasthuis voor zieke en oude lieden, door Nicolas Rollin, Kanselier van onzen Graaf Philippus van Bourgondiën gesticht. Het wordt ook door Nonnen bediend; doch deze doen slechts geloften voor één jaar, en dat kan ’er immers nog al door. Men heeft die goede zusters, na de omwenteling in Frankrijk, ook bijna overal in wezen gelaten. Koning Lodewijk de XI, aan wien men dit Gasthuis liet zien, zeide, van den stichter sprekende: “Het is zeer billijk, daar hij zoo veel armen gedurende zijn leven gemaakt heeft, dat hij voor zijn dood een huis heeft doen bouwen, om ze te herbergen.”

De stad, die, onder verscheidene Hertogen, het verblijf van het Hof was, is met wallen, muren en grachten omringd; zij zijn zeer vervallen. Na de zamenzwering van den Marschalk Charles de Biron, die den 31 Julij 1602 in de Bastille onthoofd is, deed Hendrik de IV. het Kasteel van Beaune, dat voor een van de beste van de Provintie gehouden werd, ontmantelen.

Men had ons een herberg in de voorstad, naar den kant van Chalons, aangewezen, waar wij goeden wijn moesten vinden; want de wijn van Beaune is ook zeer beroemd. Hier gingen wij ter loops het middagmaal nemen, en troffen ’er in de daad zeer goeden wijn aan. Na den maaltijd wandelden wij voort langs eenen aangenamen weg tot boven Vollenai, een Dorp, waarvan de wijnen ook waardig gekeurd worden, om, op de tafels der rijken, een voorname plaats te bekleeden. Op eene hoogte hier omtrent heeft men een zeer schoon gezigt. Men wees ons het Dorp Pomare, waar van de wijnen ook tot den wel voorzienen kelder van een echten liefhebber behooren; te Meursault, waar wij door kwamen, en dat nog al een gnap dorp is, vonden wij goed, om eens aanteleggen, wij dronken daar een fles witten wijn van 1790, die lekker was, maar wij moesten ’er ook £4–:–: voor neêrtellen. Men teelt ’er goeden wijn. Hier verlaat men la Côte d’Or en het fijne wijnland. Het bijgaande gezigtje zal u een denkbeeld geven van de aangename ligging van een gedeelte dezer kostelijke wijnbergen.

De weg tusschen dit dorp en Chalons is fraai, aangenaam en wel beplant; de toegangen van die stad zijn gansch niet onbevallig; ’s avonds te half zes kwamen wij ’er aan. Dit word Chalons sur Saone genaamd, in onderscheiding van een ander Chalons sur Marne. Wij waren dan ook in het Departement van Saone et Loire6; namen onzen intrek in l’Hotel des trois Fesans; bestelden het avondmaal en gingen wandelen. Ik stond verwonderd over de fraaije kaai, die men hier langs de rivier heeft, en de schoone gebouwen, die men daar ziet; het gezigt van dezelve is ook zeer aangenaam. In de vaart die hier gemeenschap heeft met de rivier, wijst men den vreemdelingen de sluizen als iets bijzonders aan; voor ons was dat niets nieuws. Van de Stad gaat men over eene fraaije steenen brug naar de voorstad Saint Laurent, aan den anderen kant van de Saone. Die brug is aan beide zijden versierd met vier Piramiden, welken dienen, zoo ik meen, om ’er lantaarns tusschen te hangen. De voorstad Saint Laurent is een eiland, rondom door de Saone bespoeld. Gontran Koning van Orleäns en Bourgondiën, die te Chalons zijn verblijf hield, stichtte op dit eiland een Abdij omtrent het jaar 590; thans dient zij voor een Hospitaal. Rondom is een fraaije en lommerrijke wandeling, van waar men een aangenaam gezigt heeft over de rivier en de omliggende landouwen.

Mursault.

1 Citeaux heeft vier Pausen opgeleverd, als Eugenius III, Gregorius VII, Celestinus IV, en Benedictus XII.

2 Een arpent is omtrent een vierde deel van een morgen lands.

3 Tien menschen, als St. Bernard, zouden de wereld ontvolkt hebben.

4 De Belloi, een van de veertig van de Fransche Academie, is ’er schrijver van. De Treurspelen Zelmire, Gaston en Bayard, die insgelijks in onze taal zijn overgezet, en nog drie anderen, zijn mede van hem.

5 De Ezels van Beaune. Piron, daar ik u hier voor van gesproken heb, een pik tegen die van Beaune hebbende, had gewed dat hij binnen een zeer korten tijd honderd puntdichten (Epigrammes) tegen hun zou maaken, en hield zijn woord. Eens te Beaune in het openbaar sprekende, riepen de toehoorders: “Wij verstaan u niet;” willende dat hij harder zou spreken, en Piron antwoordde: ”Ce n’est pourtant pas faute d’oreilles,” het is toch niet bij gebrek van ooren; deze kwinkslag werd hem niet vriendelijk afgenomen.

6 Naar men mij verzekerde, is men thans bezig om door een bevaarbaar kanaal, deze twee rivieren met elkanderen gemeenschap te doen hebben, en dus ook den Oceäan met de Middellandsche Zee.

Herkomst van de tekst: de uitgave van A. Loosjes, Haarlem, 1805. Spelling ongewijzigd.