Adriaan van der Willigen · Reize door Frankrijk · 1805
Iets voor Reizigers bijzonder in Frankrijk
Die reizen wil, moet zich aan geene vaste gewoontens binden, op dat hij ’er van moetende afgaan, daar door niet lijde. Hij moet zich niet aan het gemak gewennen, om het ongemak minder te gevoelen. Vooral moet hij zich door zijn’ smaak in het gebruik van spijzen niet laten regeren, om aanhoudend met smaak te kunnen eten, en denken, dat een geregt, hoewel vreemd en ongewoon, echter goed en gezond kan zijn, en dit laatste is wel het voornaamste. Matigheid is altijd, doch vooral op reis aanteprijzen, omdat ongesteldheid op dezelve vooral lastig is.
Als men niet duur betalen wil, moet men, al is men zelfs rijk, den grooten Heer niet spelen.
Men moet van niets gebruik maken, zonder vooraf omtrent den prijs een beding te hebben gemaakt, en laten het niet op de bescheidenheid van een voerman, schipper, waard of waardin aankomen, om niet onbescheiden behandeld te worden. Ik betaalde in Frankrijk in mijn herberg zelden iets anders dan een kamer, het middag- en somwijlen het avondmaal, waarvan ik den prijs te voren wist; mijn ontbijt, en dat ik verder tusschen beide wilde gebruiken, nam ik in een Koffijhuis, zoo dat ik altijd mijn eigen rekening kon maken.
Lieden, die men ontmoet, en niet genoegzaam kent, moet men niet ligt zijn vertrouwen schenken, of zeggen wie men is, wat men doet, waar men van daan komt, waar men naar toegaat, enz. om niet bedrogen te worden. De Franschen vooral zijn doorgaans zeer vriendelijk en voorkomende, doch de goede trouw hapert ’er dikwijls aan, bijzonder te Parijs; zoogenaamde pligtplegingen met bloote pligtplegingen te beantwoorden, zonder verder te gaan, tot dat men de menschen door en door kent, (en dat gaat met vele Franschen niet gemakkelijk) is dan wel het voorzigtigste.
Die in Frankrijk reizen wil, moet vooral maken, dat hij ter deeg met de taal te regt kan. In Duitschland, Holland en elders, spreekt men, vooral in de steden, nog andere talen dan de landtaal; maar in Frankrijk, behalve in het Duitsch en Vlaamsch gedeelte, verstaat men doorgaans niet anders dan Fransch of hier en daar Patois, waar aan de vreemdeling althans niets heeft.
De afstanden der plaatsen worden gewoonlijk bij posten en bij gemeene Fransche mijlen van 25 in een graad gerekend; een post is ten naastenbij twee mijlen, en een mijl nagenoeg drie kwartier gaans; het volks gebruik moet men echter hier omtrent ook in acht nemen, en zich niet verbeelden, dat indien men in Provence, Languedoc, enz. naar de weg vraagt, en men van mijlen (lieues) spreekt, men daar door afstanden van 3/4 uurs verstaat, het zijn daar wel groote uren; men onderscheid daarom in Frankrijk de mijlen in lieues de poste en lieues du païs1.
De postwagens, die ik in Frankrijk heb aangetroffen, hingen allen op riemen, en zijn vrij gemakkelijk; in het binnenste gedeelte (als een koets) is plaats voor 6 menschen, 3 voor uit en 3 achter uit rijdende; in de cabriolet of voorste gedeelte (als een kap-chais) plaatsen zich 2 personen, benevens den Conducteur, en boven op het gehemelte van de koets, (l’imperiale genaamd) daar een vierkante mand op staat, kunnen nog eenige menschen liggen; in deze mand wordt ook bagage geladen, zoo wel als in de groote mand achter op. De plaatsen, binnen in zijn het duurste, die van de cabriolet (die echter in den zomer en om het gezigt en om de luchtigheid verkieslijk zijn) wat minder, en op de Imperiale het goedkoopste. De vracht binnen in komt ten naasten bij tegen 30 Fransche stuivers per post uit, somtijds iets meêr. De wegen zijn over het algemeen vrij goed in Frankrijk.
De geldspecie in Frankrijk bestaat, de oude munt in dubbelde Louis d’Ors van 48, en enkelde van 24 Livres, stukken van 6 Livres, (écus de 6 Francs) en van 3 Livres, petits écus genaamd, voorts zilveren stukjes van 24, 12 en 6 stuivers, (een Livre doet 20 Fransche stuivers) de oude koperen munten zijn 1½, 1, ½ en ¼ stuiver; de halve stuiverstukjes noemt men pièces de deux liards, en de vierde deelen un liard; de nieuwe munten met den stempel van de Republiek, van den I. Consul Bonaparte, of van den Keizer Napoléon, zijn gouden stukken van 40 en van 20 francs, zilveren van 5, 2, 1, ½ en ¼ franc, als ook van 6 Livres, 30 en 15, en in ’t koper van 2 en 1 stuiver, ten tijde van Lodewijk den XVI., constitutioneele Koning zijnde, geslagen. Van koper heeft men stukken van 10, 5, en 1 centime; een franc doet 100 centimes, en 5 centimes worden voor een stuiver gerekend. De francs hebben 1¼ ten honderd meêr waarde dan de livres, te weten voor 100 francs krijgt men 101 livres en 5 stuivers, en dus voor iedere franc 20 stuivers, en een oordje (liard); ook zijn ’er te Parijs bankbriefjes van 500, 1000, 2000 en meêr francs in omloop. De ’s Lands kassen betalen en ontvangen niet anders dan volgens de berekening van francs, anders telt men nog meest bij livres. Men moet in Frankrijk, aangaande het geld zeer omzigtig zijn, omdat ’er veel valsch of besnoeid onderloopt; de dubbelde en enkelde Louis d’Ors moet men niet anders dan toegewogen ontfangen; en bij lieden die men niet kent, ze zelf en met zijn eigen goudschaaltje wegen. De stukken van 6 Livres zijn ook dikwijls te ligt, en die van 3 Livres 24, 12 en 6, veel afgesleten zijnde, moet men niet ontfangen als ’er de stempels niet zigtbaar op zijn.
Als men in de voorname steden van Frankrijk, bijzonder te Parijs, wat koopen wil, moet men niet verlegen zijn, om de helft, en somtijds twee derde van het geen gevraagd wordt, aftedingen; vooral wanneer iemand de taal niet volkomen magtig zijnde, men ligtelijk aan hem kan bespeuren, dat hij een vreemdeling is; zij zullen u op hun eer en geweten verzekeren, dat het hun meêr kost, enz. doch eindelijk zult gij het voor het geen gij geboden hebt toch krijgen. Ik vind dit al heel verachtelijk, ondertusschen is men ’er bij ons ook niet geheel vrij van. Terwijl de nieuwe maten en gewichten nog niet zeer algemeen worden gebruikt, zal ik daar van niet spreken.
Behalve eene naauwkeurige landkaart, raad ik ook ieder reiziger, om alvorens hij op reis gaat zich van een goede Itineraire te voorzien, en zoo die niet te bekomen is, ’er zelfs een zamen te stellen, door het maken van uittreksels uit de beste schrijvers. Een opmerkzaam reiziger moet ook altijd papier en potlood bij zich hebben, om kortelijk, al wat hem maar eenigzins merkwaardig voorkomt, op te teekenen; ’s avonds ziet hij dat na, en schrijft het, zoo hij tijd heeft, over.
Veel geld mede te nemen is lastig; men staat aan toevallen bloot, waardoor men het kwijt, en alzoo in de uiterste verlegenheid kan raken, ’t is daarom veel verkieslijker, dat men zich van kredietbrieven op goede huizen van Koophandel of diergelijken, in de onderscheiden plaatsen, daar men zich eenigen tijd denkt op te houden, voorziet.
Vooral in de Provincien2 treft men onder de Franschen ook zeer hupsche en gedienstige menschen aan, en die ’er zich een genoegen van maken, om een vreemdeling te regt te helpen en van dienst te zijn.
De herbergen in Frankrijk, als men ’er wat aan gewoon is, zijn in het algemeen vrij goed. De luchtgesteldheid is ’er over het geheel genomen gezond, en de Politie in het verhinderen van grove ongeregeldheden zeer naauwkeurig; men hoort ’er dan slechts zeldzaam van onveiligheid der wegen, en deze drie opgenoemde artikels zijn voor een reiziger ook al van zeer belang.
Hoewel de wijn een voornaam voortbrengsel van dit land is, zal dezelve den meesten onzer landslieden in hetzelve reizende, niet zeer bevallen, doch daar het de voorname, en op vele plaatsen genoegzaam de eenigste drank is behalve het water, mengt men ze daar gewoonlijk mede.
De roos was van ouds het zinnebeeld der schoonheid, jonge reizigers zullen echter weldoen, van zich, in Frankrijk bijzonder, gedurig te herinneren, dat ’er de rozen met scherpe doornen verzeld zijn.
Om zich met lieden, die men niet zeer van nabij kent, in staatkundige gesprekken in te laten, is in dit land ook zeer onvoorzigtig, daar de Politie, zoo als ik reeds gezegd heb, zeer naauwkeurig is, heeft zij natuurlijkerwijze ook zeer veel verspieders, en deze bevinden zich schier op alle plaatsen en in alle gezelschappen, in bedelaars gewaad, in een livereirok, zoo wel als in een geborduurd of gegalonneerd kleed. Mannen en Vrouwen, Heeren en Dames, kortom, menschen uit alle standen laten zich daar toe gebruiken.—Een ieder wachte zich dan voor schade.
Herkomst van de tekst: de uitgave van A. Loosjes, Haarlem, 1805. Spelling ongewijzigd.
