In het kort
Reize door Frankrijk (1805) beschrijft de reis die Adriaan van der Willigen van juli tot oktober 1804 door Frankrijk maakte. Vanuit Parijs trok hij via Bourgondië, Lyon en de Provence naar de Pyreneeën, waarna hij langs Bordeaux en Tours terugkeerde naar Parijs. Het boek blijft de moeite waard door zijn aandacht voor landschappen en kunst, maar ook voor herbergen, werkende mensen en de gevolgen van oorlog en geloofsvervolging.
Samenvatting
Brieven 1 en 2: van Parijs naar Dyon
Van der Willigen vertrekt per postwagen uit Parijs. Onderweg bezoekt hij de hoofdkerk van Sens, de tuinen van Ancy-le-Franc en de omgeving van Buffons ijzersmelterijen. Het gezelschap maakt de reis aangenaam, vooral een verdraagzame priester. In Dyon, het huidige Dijon, bekijkt hij kerken, een museum, een bibliotheek en een gasthuis. De stad bevalt hem door haar ligging, orde en zindelijkheid.
Brieven 3 en 4: door het wijnland naar Lyon
Met gehuurde tweewielige rijtuigen reist het gezelschap langs Clos de Vougeot, Nuits, Beaune en Meursault. Wijn proeven en wandelen wisselen het ongemakkelijke rijden over een door regen aangetaste weg af. Vanuit Chalons sur Saone gaat het per schuit verder. Na een overnachting in Maçon en een wandeling bij Trévoux bereikt hij Lyon, waar onweer het uitstappen verhindert.

Brieven 5 en 6: Lyon bekijken en wachten op vertrek
In Lyon vergelijkt Van der Willigen logementen, bezoekt hij schouwburgen en onderzoekt hij kerken, ziekenhuizen en oudheden. Vanaf Fourvières bewondert hij het uitzicht over de stad en de rivieren. De zorg van nonnen waardeert hij, maar gemeenschappelijke ziekenzalen en openbare geloofsvertoningen bekritiseert hij. Hij bekijkt ook zijdefabrieken. Hoogwater verhindert voorlopig de vaart naar Avignon; uiteindelijk huurt hij met anderen een overdekt schuitje.
Brief 7: over de Rhône naar Avignon
De sterke stroom maakt sommige passagiers bang, maar Van der Willigen vertrouwt op de schipper. Via Givors, Vienne en Condrieu vaart het gezelschap naar Valence. Na een overnachting in Ancone volgen onder meer Viviers en Pont-Saint Esprit. In minder dan 23 vaaruren bereiken ze Avignon. Hij noemt deze tocht aangenaam, goedkoop en gemakkelijk.
Brief 8: Vaucluse, Avignon en de weg naar Marseille
Een uitstap vanuit Avignon voert naar de bron van Vaucluse. De rotsen, watervallen en het heldere water ontroeren hem sterk. Terug in Avignon bezoekt hij kerken en boekwinkels en bekijkt hij het pauselijk paleis en de brugresten. Vervolgens reist hij per postwagen naar Marseille, met een overtocht over de Durance en een kort oponthoud in Aix.

Brieven 9 en 10: havenstad Marseille
Van der Willigen verkent Marseille wegens de warmte vooral vroeg op de dag. De haven herinnert hem aan Nederlandse koopsteden, maar oorlog en geldgebrek drukken de handel. Hij vergelijkt de ruime nieuwe stad met de nauwe oude wijken. Naast kerken, musea en theaters trekken baggerwerktuigen en het strandleven zijn aandacht. De mistral beperkt een tocht met een roeischuitje.
Brief 11: Toulon en Hières
Via Aubagne en Cuges reist hij naar Toulon. In het arsenaal ziet hij scheepsbouw, een droogdok en geketende dwangarbeiders; een Vlaamse scheepstimmerman leidt hem rond. Daarna bezoekt hij Hières, het huidige Hyères. De citrusboomgaarden voldoen niet helemaal aan zijn verwachtingen, maar de bevloeiing bewondert hij. Een vermoeiende klim naar de kasteelruïne wordt beloond met uitzicht.
Brieven 12 en 13: via Marseille naar Nismes
Na terugkeer in Marseille onderzoekt hij bij fakkellicht de Grot de Rolland. Via Aix reist hij vervolgens naar Nismes, het huidige Nîmes. Daar bekijkt hij het amfitheater, de Maison Carrée, oude baden en andere Romeinse resten. Bewondering voor de bouwkunst gaat samen met afkeer van vroegere gewelddadige vermaken. Ook bezoekt hij de Pont du Gard en spreekt hij over herstelwerkzaamheden.

Brieven 14 en 15: Montpellier en de Cevennen
Via Lunel bereikt hij Montpellier. Vooral het plein Peyrou, het aquaduct en de vergezichten bevallen hem. Hij bezoekt ook de geneeskundige faculteit en de kruidtuin. Een driedaagse tocht voert door bergland naar Ganges en Le Vigan. Onderweg ziet hij armoedige woningen en zijden-kousenwevers, maar ook bronnen, tuinen en watervallen op het gastvrije landgoed Toumeol.
Brieven 16–18: naar Toulouse en de Pyreneeën
Via Béziers, Narbonne en Carcassonne reist hij naar Toulouse. Onderweg en in de stad bekijkt hij het Canal du Languedoc, kerken, kunst en watermolens. Herinneringen aan de inquisitie en de zaak-Calas leiden tot kritiek op geloofsvervolging. Om vóór slecht weer door de Pyreneeën te reizen, verkort hij zijn verblijf. Via Auch en Tarbes bereikt hij Bagnères.
Brieven 19 en 20: bergtochten vanuit Bagnères
Vanuit Bagnères trekt hij met een gids op kleine bergpaarden door de vallei van Campan naar Barèges. Via Luz reist hij verder naar Gavarnie, waar rotswanden en de waterval indruk maken. Langs Pierrefitte en Lourdes keert hij terug. Rond Bagnères bezoekt hij bronnen, boeren en vogelvangers. Gastvrijheid waardeert hij; de geneeskracht van bronnen betwijfelt hij en het gokken verafschuwt hij.

Brieven 21–23: naar Bordeaux en de wijnoogst
Via Tarbes, Auch en Agen reist hij naar Bordeaux, het laatste deel per vrachtschuit over de Garonne. Daar onderzoekt hij wijken, kerken, musea en theaters. Talma’s optreden als Othello maakt diepe indruk. Bij Hautbrion ziet hij de wijnoogst en het treden van druiven. Nederlandse handelsherinneringen stemmen hem weemoedig; dobbelhuizen en twijfelachtige vertoningen blijven aanleiding tot kritiek.

Brieven 24 en 25, met het slotstuk: terug naar Parijs en reisadvies
Vanuit Bordeaux reist hij via Angoulême en Poitiers naar Tours, waar hij de Loirebrug, rotswoningen en een bouwwerk van grote stenen bekijkt. Via Chartres en Rambouillet keert hij terug naar Parijs. Reparaties en gebroken riemen vertragen de laatste etappe. Het afsluitende Iets voor Reizigers bijzonder in Frankrijk geeft praktische raad over onder meer herbergen, geld, bagage, taal en politieke gesprekken.

De route
De belangrijkste halteplaatsen en uitstappen staan hieronder in reisvolgorde; de plaatsnamen volgen grotendeels de spelling van het boek.
- Parijs: Van der Willigen vertrekt per gewone postwagen richting Dyon.
- Melun en Villeneuve-la-Guyard: Hij wandelt langs de Seine in Melun en overnacht later in Villeneuve-la-Guyard.
- Sens: Hij bezoekt met een priester de hoofdkerk en de graftombe van Lodewijk Dauphin.
- Tonnère: Via onder meer Joigny en St. Florentin bereikt hij deze halte op weg naar Bourgondië.
- Ancy-le-Franc en Montbar: Hij doorwandelt kasteeltuinen en bekijkt in Montbar een vervallen kasteel.
- Vitteaux: Hij overnacht hier voordat de bergroute naar Dyon volgt.
- Dyon: Hij bezoekt kerken, het museum, de bibliotheek en het gasthuis.
- Clos de Vougeot, Nuits en Beaune: Wijngaarden, wijn en een levendig stadje bepalen deze etappe.
- Meursault: Hij drinkt er witte wijn tijdens de tocht naar Chalons.
- Chalons sur Saone: Hij bekijkt de kaai en vertrekt per schuit naar Lyon.
- Maçon: Hij wandelt langs de kaai en overnacht na een bezoek aan een wijnkoper.
- Trévoux: Tijdens de scheepstocht wandelt hij met een officier een deel van de route.
- Lyon: Hij verblijft er voor bezoeken aan kunst, kerken, ziekenhuizen, theaters en zijdefabrieken.
- Givors, Vienne en Condrieu: Tijdens de Rhônevaart gaat hij aan land en koopt het gezelschap wijn.
- Valence en Ancone: Hij bezoekt de hoofdkerk van Valence en overnacht in Ancone.
- Pont-Saint Esprit: Hij bewondert de brug tijdens de verdere vaart naar Avignon.
- Avignon: Hij bekijkt kerken, het pauselijk paleis en de brugresten.
- L’Isle en Vaucluse: Hij maakt een uitstap naar de bron en eet in l’Isle.
- Aix: Op weg naar Marseille krijgt hij kort gelegenheid om de stad te bekijken.
- Marseille: Hij onderzoekt de haven, stadswijken, musea en het theaterleven.
- Toulon: Hij bezoekt de haven, het arsenaal en Fort de la Malgue.
- Hières: Hij bekijkt citrusboomgaarden en klimt naar de kasteelruïne.
- Marseille en de Grot de Rolland: Na zijn terugkeer maakt hij een tocht naar de grot en Chateau Borelly.
- Aix: Tijdens een langer oponthoud bekijkt hij de hoofdkerk en de fonteinen op de Cours.
- Nismes: Hij bezoekt Romeinse monumenten, kerken en verzamelingen.
- Pont du Gard: Vanuit Nismes maakt hij een uitstap naar de Romeinse waterleiding.
- Lunel en Montpellier: Hij proeft muskaatwijn in Lunel en bezoekt vervolgens Montpellier.
- St. Martin de Londres, Ganges en Le Vigan: Een driedaagse rondtocht voert door bergland en langs het landgoed Toumeol.
- Montpellier: Terug in zijn logement bereidt hij het vertrek naar Toulouse voor.
- Pézenas, Béziers en Narbonne: Markten, het kanaal en de hoofdkerk van Narbonne trekken zijn aandacht.
- Carcassonne en Castelnaudary: Hij bekijkt de nieuwe stad van Carcassonne en het kanaalbassin bij Castelnaudary.
- Toulouse: Hij bezoekt kerken, het museum, de Garonne en watermolens.
- Auch en Tarbes: Hij bewondert de kerk van Auch en reist via Tarbes naar de bergen.
- Bagnères: Hij neemt hier zijn intrek voor wandelingen, baden en bergtochten.
- Campan en Barèges: Te paard trekt hij door de vallei en over de Tourmalet.
- Luz en Gavarnie: Hij reist naar de waterval en keert voor de nacht terug naar Luz.
- Pierrefitte en Lourdes: Langs deze plaatsen rijdt hij terug naar Bagnères.
- Bagnères: Hij maakt verdere wandelingen, onder meer naar la Foret de Gerde.
- Tarbes, Auch en Agen: Per postwagen reist hij naar de Garonne.
- Bordeaux: Na aankomst per vrachtschuit bezoekt hij de stad en de wijnoogst bij Hautbrion.
- Angoulême en Poitiers: Op de terugreis bekijkt hij stadsgezichten, wandelplaatsen en Romeinse resten.
- Tours: Hij verblijft enkele dagen voor de Loirebrug, de omgeving en oudheden.
- Vendôme, Châteaudun en Chartres: Hij reist met een fourgon, waarbij een postillon het rijtuig bijna omverrijdt.
- Maintenon, Épernon en Rambouillet: Oponthoud door schade biedt gelegenheid om de omgeving te bekijken.
- Versailles, Sèvres en Parijs: Na opnieuw gebroken riemen legt hij het laatste deel naar Parijs te voet af.
Reizen in die tijd
Van der Willigen combineert postwagens, gehuurde rijtuigen, schuiten, paarden en wandelen. In zijn slotadvies beschrijft hij de postwagen: zes plaatsen binnenin, twee reizigers en de conducteur in de cabriolet, en de goedkoopste plaatsen bovenop de imperiale. Voor uitstappen huurt hij onder meer carioles en koetsen; in de Pyreneeën gebruikt hij kleine bergpaarden en een gids.
Het reizen over water kent verschillende vormen. Op de Saône trekken paarden de schuit voort, terwijl tegenwind en zandbanken vertragen. Op de Rhône verhindert hoogwater eerst het vertrek. Later legt het gehuurde schuitje de tocht van Lyon naar Avignon in minder dan 23 vaaruren af, verdeeld over twee dagen. Op de Garonne zorgen getijden voor wachttijden.
De wegen noemt hij in het algemeen goed, maar zijn verslag laat grote verschillen zien. Regen beschadigt de weg door het wijnland, bij Vaucluse lopen de reizigers door glibberige klei en richting Montpellier hebben ze last van stof. Op de terugweg veroorzaken reparaties en gebroken riemen herhaaldelijk oponthoud.
Prijzen worden telkens bij concrete diensten genoemd, in verschillende munteenheden uit de tekst. Een binnenplaats van Parijs naar Dyon kost 63 livres, met 13 livres voor de koffer. De postwagen van Marseille naar Toulon kost 9 livres per persoon; de vrachtschuit van Agen naar Bordeaux kost £ 6, inclusief bagage.
Herbergen beoordeelt hij op kamers, zindelijkheid, eten en ontvangst. In Lyon betaalt hij dagelijks £ 3 voor een kamer met twee bedden en hetzelfde voor zijn middagmaal. Hij raadt aan prijzen vooraf af te spreken en niet aan vertrouwde eetgewoonten vast te houden. Vliegen, hitte, kou, rumoer, vermoeide paarden en paspoortcontroles horen eveneens bij deze reis.
Wat de reiziger opviel
Landschap en water. Uitzichten vormen vaak het hoogtepunt van een dag: vanaf Fourvières bij Lyon, bij de bron van Vaucluse en in de Pyreneeën. Hij vergelijkt zijn ervaringen ook onderling: Gavarnie imponeert hem, maar ontroert hem minder dan Vaucluse.
Kunst, oudheden en toneel. Kerken, schilderijen, beeldhouwwerk en Romeinse monumenten krijgen veel aandacht. Daarbij is hij niet kritiekloos: het amfitheater van Nismes bewondert hij als bouwwerk, terwijl de vroegere gevechten hem afschrikken. Veel toneelvoorstellingen vallen tegen, maar Talma’s Othello in Bordeaux bezorgt hem koude rillingen.
Geloof en verdraagzaamheid. Hij waardeert de priester uit zijn eerste reisgezelschap en de inzet van verzorgende nonnen. Tegelijk bestrijdt hij geloofsvervolging, betwijfelt hij wonderverhalen en bekritiseert hij openbare geloofsvertoningen. Zijn opmerkingen bij de rechtbank in Lyon verbinden godsdienst direct met gelijke burgerrechten.
Werk, handel en techniek. Zijdefabrieken, scheepsbouw, watermolens, bevloeiing en wijnbereiding interesseren hem. In Marseille hoort hij hoe oorlog en kredietschaarste de handel belemmeren. Nederlandse vergelijkingen keren terug, bijvoorbeeld bij havensteden en waterwerken.
Gastvrijheid en maatschappelijk gedrag. Een hartelijke ontvangst kan voor hem zwaarder wegen dan een deftig verblijf. Dat blijkt bij de herberg in Ancone, op het landgoed Toumeol en bij boeren rond Bagnères. Daartegenover staan zijn aanhoudende bezwaren tegen gokken, spot met andermans leed en slechte behandeling van dieren.
Ontstaan en ontvangst
Adriaan van der Willigen was een Nederlandse schrijver met belangstelling voor kunst en het maatschappelijke leven. Reize door Frankrijk verscheen in 1805 en presenteert zijn reis uit 1804 in briefvorm, gevolgd door praktische raad voor andere reizigers. Het boek combineert persoonlijke waarnemingen met beschouwingen over onder meer geloof, bestuur en handel.
Citaten
Het water dezer twee rivieren is, tegenwoordig vooral, zeer onderscheiden van kleur; dat van de Rhone is geelachtig grijs, en dat van de Saone is groenachtig.
Deze waarneming bij het vertrek uit Lyon laat zien hoe nauwkeurig Van der Willigen het landschap onderweg bekijkt.
Wat gemeenzamer met de smalle wegen en afgronden langs dezelve geworden zijnde, waagde ik het al eens, om ’erin te zien.
Dit citaat uit de Pyreneeëntocht maakt de lichamelijke ervaring van het reizen zichtbaar: angst maakt geleidelijk plaats voor vertrouwen.
Die in Frankrijk reizen wil, moet vooral maken, dat hij ter deeg met de taal te regt kan.
Deze raad uit het slotstuk onderstreept dat het boek behalve een reisverslag ook een praktische handleiding is.
Veelgestelde vragen
Waar gaat Reize door Frankrijk over?
Het boek beschrijft een rondreis vanuit Parijs door een groot deel van Frankrijk. Van der Willigen schrijft over de route en bezienswaardigheden, maar ook over eten, overnachten, reisgenoten, werk, geloof en politiek.
Wanneer maakte Adriaan van der Willigen deze reis?
Hij reisde van juli tot oktober 1804. Het boek verscheen in 1805: het publicatiejaar is dus niet het reisjaar.
Welke route volgde hij?
De hoofdlijn loopt van Parijs via Dijon en Lyon naar Avignon en Marseille, met een uitstap naar Toulon en Hyères. Daarna volgen Nîmes, Montpellier, de Cevennen, Toulouse en de Pyreneeën; via Bordeaux, Tours en Chartres keert hij terug naar Parijs.
Hoe reisde hij door Frankrijk?
Hij gebruikte vooral postwagens, gehuurde rijtuigen en schuiten. In de Pyreneeën reisde hij te paard met een gids, terwijl hij in steden en bij bezienswaardigheden veel wandelde.
Is de volledige tekst gratis te lezen?
Ja, de volledige tekst van Reize door Frankrijk staat gratis op deze site.

